30-01-08

Rasbeschrijving

De Duitse Herdershond is een middelgrote, rechthoekig gebouwde hond, sterk en gespierd. Hij heeft een extravert karakter, is moedig en heeft stalen zenuwen, is werklustig, waakzaam en trouw. Deze en nog een aantal andere eigenschappen maken de Duitse Herder tot een uitstekende dienst- en gezelschapshond.

Hoofd: krachtig zonder grof te zijn, de neusrug loopt bijna evenwijdig aan de bovenbelijning van de schedel.

Ogen: middelmatig groot, amandelvormig en iets schuin geplaatst, zo donker mogelijk en met een levendige uitdrukking.

Oren: middelmatig groot, breed aan de basis, hoog aangezet, rechtopstaand en naar voren gericht.

Gebit: schaargebit.

Hals: sterk en gespierd.

Lichaam: De Duitse Herdershond is een rechthoekige hond. De borstkas dient diep te zijn en lang, met veel ruimte, de buiklijn iets opgetrokken. De rug en de lendenen dienen recht te zijn en matig af te lopen van de schoft naar de achterhand. De hond moet zowel voor als achter zeer goed gehoekt en goed bespierd zijn.

Voeten: kort, rond en compact, met goed gewelfde en dikke voetzolen. De voormiddenvoeten dienen elastisch te zijn, zonder week te worden.

Staart: zwaarbehaard, moet reiken tot het spronggewricht, wordt sabelvormig gedragen en nooit boven de ruglijn.

Gangwerk: de Duitse Herder is een dravende hond, wat door de goede hoekingen en de rechthoekige lichaamsbouw mogelijk wordt gemaakt. De draf moet vrij zijn, wijd uitgrijpend, krachtig en met grote stuwkracht.

Vacht: dicht, hard, recht, vlak aanliggend en met onderhaar.

Kleur: zwart of grijs, eenkleurig of met een grijze, grijsgele of roodbruine tint.

Schofthoogte: ideale hoogte voor reuen is 62,5 cm en voor teven 57,5 cm.

 

herder


 

08:52 Gepost door Goras in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.