19-01-10

Wat honden écht over mensen denken

De beste manier om te weten te komen hoe een hond echt in elkaar zit is door gewoon alles te vergeten wat we over honden denken te weten. Onder de titel From Inside of a Dog: what dogs See, Smell and Know, schreef Alexandra Horowitz een boek over de complexe hondenwereld. Het eerste wat we moeten vergeten is ons antropomorfisme, schrijft ze; een moeilijk woord dat de gewoonte omschrijft om alles in menselijke vormen te bekijken.

Mensen denken bijvoorbeeld niet vaak na over geuren. Geuren zijn marginale verschijnselen in een wereld waarin we dagelijks worden overspoeld met visuele informatie. Maar zoals een mens de wereld ziet, ruikt de hond diezelfde wereld. Het universum van de hond is één grote verzameling complexe geuren. Heeft de menselijke neus zo'n 6 miljoen receptoren, dan heeft de hondenneus er meer dan 300 miljoen. Wij kunnen ruiken dat een koffie een lepeltje suiker bevat; een hond kan diezelfde dosis suiker detecteren, ook wanneer ze werd achtergelaten in 3,7 miljoen liter water.

Beeld je in dat je alles wat je ziet kan relateren aan de corresponderende reuk van die waarneming. Elk rozenblaadje kan een andere geur aannemen, omdat het door een ander insect is bezocht en elk van die insecten daar een verschillende afdruk hebben achtergelaten. Een afgerukt blad laat een grote hoeveelheid chemicaliën achter. Stel je voor dat je continu elk detail van wat je ziet ook kan ruiken. Dan pas zit je echt in de hondenwereld.

Honden gebruiken hun reukvermogen om hun plaats in de wereld te verdienen. Daar waar mensen de geur die ze verspreiden trachten te verbergen, gaan honden er prat op hun geur overal waar mogelijk te deponeren. Hondenliefhebbers zijn vertrouwd met het gebruik van hun huisdier om overal urinesporen achter te laten.  Meestal wordt gezegd dat de hond hiemee zijn territorium afbakent. Maar onderzoek trekt die theorie in twijfel. De chemicaliën in de urine geven andere honden informatie over zijn seksuele paraatheid. Urineren geeft andere honden details over wie de plasser is, hoe vaak hij op deze plek komt, wat zijn recente successen zijn en wat zijn interesse in geslachtsgemeenschap is. De urine vormt een soort van gezondheidsbulletin, die oudere berichten continu vervangt door nieuwe.

Honden denken niet als mensen. Wanneer ze objecten zien en ruiken zijn dat voor hen hondenzaken eerder dan mensendingen. Het is niet omdat wij weten dat een stoel dient om op te zitten dat de hond eenzelfde verband maakt. Enkel wanneer de hond getraind wordt om op een stoel te zitten zal hij de stoel een zitfunctie toebedelen. Maar indien dat niet het geval is zal hij zetels, tafels, bedden en canapés eerder als obstakels ervaren, die hem de weg versperren op zijn tocht naar zijn eetfunctie, die zich  in de keuken bevindt. Vele objecten hebben voor honden een eetfunctie. Zowat alles wat het beest in zijn mond kan steken: een balpen, een pop, een voetbal, een teddybeer...Uitwerpselen staan niet vaak op een mensenmenu, maar honden hebben daar totaal geen last mee.  Honden hebben ook een rolfunctie, die wordt ingenomen door alles waarin het beest zich kan wentelen.

Verder hebben een hoop objecten die voor ons nuttig zijn -messen, vorken, lepels, hamers, uurwerken- geen enkele betekenis voor de hond. Een hond heeft er geen idee van wat een hamer is. Tot die hamer in verband kan worden gebracht met een persoon die hij liefheeft. Indien de hamer wordt gebruikt door zijn baasje zal een andere hond er graag wat urine op achterlaten.

Honden houden er van mensen in hun gezicht te likken. Vele hondeneigenaars zien dit als een vorm van affectie. Dan is hier wat slecht nieuws: uit onderzoek blijkt dat de jonge hondachtigen het gezicht en de snuit van hun moeders aflikten wanneer die terugkwamen van de jacht. Die handeling zou het uitbraken van nog maar half verteerde etensresten hebben versneld. Verder zijn honden gek op de smaak van onze mond. Honden hebben smaakreceptoren voor zout, zoet, bitter, zuur en nog vele anderen. Wanneer een hond probeert je mond te likken gaat hij dus op zoek naar de etensresten die daar zopas in zijn verdwenen.

Nu het goede nieuws: door het veelvuldige mondlikken is het ritueel verworden tot een groet eerder dan tot een vraag om voedsel. De hond zegt nu wel degelijk ‘hallo'. Honden likken elkaars snuit af om de andere opnieuw te verwelkomen en om te ruiken wat ie heeft uitgespookt. Wanneer ze een andere hond op straat kruisen gaat dat likken meestal gepaard met kwispelende staarten, open mond en andere kenmerken van opwinding. Idem wanneer u na een afwezigheid van wel 20 minuten opnieuw thuiskomt. Maar het is nu veilig om te zeggen dat de hond zo doet omdat hij gewoon gelukkig is.

Tenslotte is er het staren. Kijk een hond in de ogen en hij staart terug. Onze honden kennen al onze geheimen: ze weten waar we gaan en waar we vandaan komen; met wie we slapen en wat we eten. Altijd opnieuw heeft een hond zijn baas in oogbereik.  Nooit of nooit vervelen we ze. Elke veranderende gelaatsexpressie wordt geregistreerd, elk gemoed en elk veranderd uiterlijk kenmerk. Honden zij geboren antropologen. De eeuwige studenten van ons gedrag. In tegenstelling tot ons wennen ze nooit aan mensen.

Bron: From Inside of a Dog: what dogs See, Smell and Know

15:41 Gepost door Goras in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.